Omdat rugklachten zo divers kunnen zijn, wordt er in de medische wereld een belangrijk onderscheid gemaakt tussen enerzijds specifieke rugklachten en anderzijds aspecifieke rugklachten.

Specifieke rugklachten zijn klachten die veroorzaakt worden door een  specifieke aanwijsbare aandoening. Het gaat hier bijvoorbeeld om een hernia, breuk, kwaadaardige tumor of een aangeboren afwijking in de wervelkolom. Uit recente cijfers blijkt dat het in 10 tot 25% procent van de gevallen gaat het over specifieke rugklachten.

Een veel grotere groep van de bevolking heeft last van aspecifieke rugklachten. Dit wil zeggen dat er geen specifieke lichamelijke oorzaak voor de rugklachten aanwezig is. Binnen de aspecifieke rugklachten wordt vervolgens een indeling gemaakt naar de duur van de klachten:

  • Acute aspecifieke rugklachten (0-6 weken): bekende voorbeelden van acute aspecifieke rugklachten zijn spit en lumbago. De klachten ontstaan vaak plotseling en zonder een (precieze) oorzaak. Na enkele dagen neemt de pijn af.

 

  • Subacute aspecifieke rugklachten (6-12 weken): wanneer de acute klachten niet afnemen en na 6 weken nog aanwezig zijn, spreekt men van subacute aspecifieke rugklachten. Het herstel heeft een afwijkend, vertraagd verloop. Er zijn een aantal factoren bekend die verantwoordelijk kunnen zijn voor dit afwijkende verloop. Individuele, psychosociale of werkgerelateerde factoren zijn hier voorbeelden van. Dit zijn tevens risicofactoren welke kunnen bijdragen aan het chronisch worden van de rugklachten.
  • Chronische aspecifieke rugklachten (> 12 weken). Wanneer de klachten na 12 weken niet zijn verdwenen, wordt gesproken van chronische aspecifieke rugklachten. Het afwijkende beloop wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de aanwezigheid van herstel belemmerende psychische of sociale factoren. Voorbeelden hiervan zijn een niet adequaat ziektegedrag, een bepaalde angst voor de pijn of ongerustheid over het beloop van de klachten. Als gevolg van de klachten wordt men sterk beperkt in de dagelijkse activiteiten en dit heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Een activerende aanpak alleen lijkt dan niet voldoende.